• Wanhoop van een vluchteling

    7 januari 2017

    Yahia Alahmad, man en uit Syrië, 45 jaar en nu ruim een jaar in Nederland. Een man alleen, die zoals zovelen de oversteek hebben gewaagd om het land van oorlog te ontvluchten. Ze werden gezien als parasieten; want wie laat in hemelsnaam nu zijn vrouw en kinderen in de steek. Dat was dan ook één van de eerste vragen die ik hem stelde, toen ik hem ontmoette in april 2016. De verklaring was logisch; hij wilde zijn gezin niet in de waagschaal stellen voor de gevaarlijke reis naar Europa en ze hadden veel bezittingen moeten verkopen om zíjn reis te bekostigen.
    Vader van acht kinderen. Zijn twee oudste zoons waren geboren tijdens zijn eerste huwelijk met een vrouw waar hij nu van gescheiden was. Hij had haar het huis nagelaten in Damascus, kocht een nieuw huis waar hij samen met zijn zoons woonde toen hij zijn huidige vrouw ontmoette. Met haar kreeg hij nog zes kinderen (waarvan de twee jongsten werden geboren tijdens de oorlog). Vijf meisjes en de laatste werd een jongetje. Hij was kleermaker en later ambtenaar tot de hel uitbrak. Zoals veel Syriërs was hij tegen het regime van Bashar al-Assad en kwam daar openlijk voor uit. Hij deed mee met protesten tegen de regering en zo werd zijn naam bekend bij aanhangers van Assad.
    Zijn oudste zoon studeerde ICT aan de universiteit in Damascus, was net getrouwd koos er voor om samen met zijn vrouw en broer bij zijn moeder te wonen om haar te ondersteunen in de oorlog. Op een morgen fietste hij naar de universiteit toen gevechtsvliegtuigen van het Syrische leger over kwamen vliegen en het deel van Damascus bombardeerden waar de meeste opstandelingen woonden. Hij werd geraakt en lag buiten bewustzijn tussen de andere slachtoffers die dodelijk waren geraakt. Omstanders die het zagen gebeuren namen hem mee in hun auto en brachten hem naar een huisartspraktijk, aangezien de grote ziekenhuizen systematisch werden bestookt door het Syrische leger. Daar is zijn linkerbeen geamputeerd door een huisarts en zijn assistente. Granaatscherven die hem door heel zijn lichaam hadden geraakt, waren te diep om ze weg te halen door een reguliere huisarts. gehavend als hij was werd hij weer naar huis gebracht waarna hij drie maanden op bed lag. Inmiddels was zijn vrouw enkele maanden zwanger van hem.
     
    De zoon van Yahia na de aanslag van een Syrisch luchtbombardement; granaatscherven in heel zijn lichaam, hoofd en zordge dat zijn been geamputeerd moest worden.
     
    Het huis van hun moeder bevond zich in een andere buurt dan die van Yahia. Het gevaar werd met de dag groter en ook Yahia besloot te vluchten met zijn gezin naar Daraa, een grote stad vlakbij de grens van Jordanië. Hij wilde dat zijn zoons die bij hun moeder woonden, met hen mee zouden verhuizen, maar zij besloten toch bij hun moeder te blijven. Yahia kocht samen met zijn broers een groot huis met meerdere verdiepingen en trokken daar met hun gezinnen in. Twee weken later ging hij toch terug om zijn beide zoons en vrouw op te halen, aangezien de toestand in Damascus kritieker werd dan ooit tevoren. Echter, hij werd tegen gehouden door het leger; het huis van zijn ex-vrouw bevond zich inmiddels in een enclave. Niemand kon er nog in of er uit en zo moest Yahia ter onverrichte zaken weer terugkeren naar zijn nieuwe huis in Daraa.

    Steekpenningen

    De situatie verslechterde met de dag binnen de enclave in Damascus, er was geen geld voor eten. Het dagelijkse kleine beetje soep was ontoereikend en tegen de honger aten ze gras en bladeren. Voor de zwaargewonde zoon was het extra zwaar, met de dag zag zijn moeder hem aftakelen en dunner worden tijdens de periode waarin hij zou moeten herstellen. Na een aantal maanden sprak de moeder een omkoopbare legerofficier aan en gaf hem veel geld om haar oudste zoon met zijn zwangere vrouw uit het zwaar getroffen gebied te laten vluchten. Een zus van Yahia, ook woonachtig in Damascus maar in een door bommen bespaard gebied, haalde hem met de auto op en nam hem voor twee weken in haar huis tot Yahia zijn zwaar vermagerde zoon en vrouw kon ophalen.
    Zijn tweede zoon verbleef voor zes maanden in de enclave en de moeder besefte dat ze er nu echt weg moesten om te overleven. Wederom met een grote som geld kocht ze dezelfde legerofficier om en zo kon ze samen met haar zoon vluchten naar het veilige Jordanië waar ze momenteel nog wonen. De vrouw van Yahia’s oudste zoon beviel van een gezond jongetje in het huis van Yahia en zijn gezin.
    De oorlog rukte verder op naar het zuidwesten van Syrië en de één na de andere stad werd zwaar getroffen. Yahia besefte dat hij zijn gezin veilig moest stellen door het land uit te vluchten en heeft dezelfde route gevolgd zoals vele landgenoten met hem. Hij had gehoord dat Nederland een snelle asielprocedure hanteerde voor vluchtelingen die even na hun komst hun gezin veilig wilden laten overkomen. Zijn beslissing was dan ook snel duidelijk en maakte de tocht per voet, trein, liftend naar Nederland. Hij kwam aan in Amsterdam, waar hij na twee weken werd vervoerd naar Ter Apel in Groningen. Daar werd hij uitvoerig ondervraagd door de IND vanwege het gevaar dat hij eventueel een terrorist zou zijn. Na enige tijd werd hij overgeplaatst naar Heumensoord, in Nijmegen. In een tentenkamp werden de vluchtelingen ondergebracht waar hij drie maanden heeft gebivakkeerd tot hij werd overgebracht naar Blauwestad in Oost-Groningen.
    Daar heb ik hem leren kennen. Een rustige, vriendelijke man met wanhoop in zijn ogen, sprak nauwelijks Nederlands en geen Engels. Tijdens een wandeltocht die werd georganiseerd door een in het leven geroepen Facebookgroep “Blauwestad verwelkomt Vluchtelingen”, hebben we met elkaar kunnen communiceren via ‘hand- en voetenwerk’. Lang niet alles begreep ik, maar de uitdrukking op zijn gezicht sprak boekdelen als hij het over zijn gezin had. Niet veel later nodigde ik hem bij me thuis uit en met de laptop op schoot met een vertaalprogramma Arabisch - Nederlands en andersom, kwam ik steeds meer over hem te weten. Zo dacht ik eerder dat het COA vluchtelingen hielp, maar niets bleek minder waar. Ze zijn er om de enorme instroom van vluchtelingen in banen te leiden volgens de normen van de Nederlandse regering. Een groot duaal besef kwam al gauw aan de oppervlakte. Er werd toch zo de nadruk gelegd op integreren? Want Nederland heeft een rijke historie waar dat fout is gegaan. We plukken er nu nog de wrange vruchten van. Maar achteraf is het makkelijk praten weet ik. Waarom worden deze vluchtelingen met veelal een groot trauma van hot naar her versleept? Een paar weken hier, een paar dagen daar en als ze geluk hebben mogen ze ergens drie maanden blijven. Nieuw gemaakte Nederlandse vrienden steeds maar weer achterlatend, om depressief van te worden (wat dus ook gebeurt).
    Uit een artikel van de Volkskrant bleek mijn gevoel te kloppen; de Nederlandse regering traineerde de stroom vluchtelingen door deze veelvuldig over te plaatsen en traag waren met een verblijfsvergunning uit te strekken. Zodat de berichten het thuisfront zouden bereiken dat Nederland geen fijn land was om naar toe te vluchten. Een enquête maakte duidelijk dat 78% (!!!) van de Volkskrantlezers het eens waren met dit besluit van de Nederlandse regering. Ik was verbijsterd en gelukkig vele mensen met mij. Nu werd ons gevoel bevestigd dat we steeds aanklopten bij een gesloten loket waar het ging om vragen aan de COA. Yahia had aangegeven graag in het Oldambt te willen wonen als hij zijn status zou krijgen. Doch de COA weigerde mee te werken, ze konden immers onmogelijk aan al deze verzoeken voldoen werd me verteld tijdens de vele telefoongesprekken die ik met hen voerde.

    Een roepende in de woestijn

    Ondertussen nam ik Yahia mee naar allerlei festiviteiten, naar feestjes en familie en liet hem de omgeving zien. Ondertussen werkte hij hard aan de Nederlandse taal, ondanks hij nog geen officiële Nederlandse les had. Bevriende leerkrachten had ik bereid gevonden om de vluchtelingen les te geven buiten het COA om. Vanuit het COA werd er één keer in de week Nederlandse les gegeven. Mijn vrienden kwamen drie keer in de week in het kamp om hen de beginselen van de (ingewikkelde) Nederlandse taal bij te brengen. Dit echter moest in het “geheim”gebeuren, anders zouden we last krijgen met het COA. Yahia heeft in die tijd veelvuldig aangegeven dat zijn gezin in echte doodsnood zat, maar er werd door deze mensen niet naar hem geluisterd. Hij was een roepende in de woestijn...
    Op een dag haalde ik Yahia uit het kamp en trof hem bleek en moe aan. Hij had een telefoontje van zijn vrouw gekregen. Er hadden Russische gevechtsvliegtuigen over hun huis gevlogen en voerden bombardementen uit. Zijn vrouw was buiten in de tuin met haar zus en hun spelende kinderen. Eén bom kwam tot ontploffing vlak voor hun huis. De granaatscherven vlogen in het rond en werd een dochter geraakt door een scherf in de borst, bij haar hart. Yahia’s schoonzus werd ook getroffen en haar arm werd van haar romp gescheiden. Ook nu was er geen sprake van een ziekenhuis die hen de nodige zorg kon verlenen, een huisarts heeft beide slachtoffers zo goed als hij kon geopereerd in zijn praktijk aan huis. Daar zat Yahia. Ruim 4000 kilometer verwijderd van zijn gezin en kon niets doen. In deze tijd gaf hij een aantal keren aan op zijn knieën terug te willen naar Syrië, maar zijn vrouw overtuigde hem te blijven, want een terugkeer zou zijn dood betekenen. Hij bleef. Ook toen na enkele weken hij bij mij thuis op de bank zat en telefoon kreeg van een broer woonachtig in Damascus. Zijn beide huizen waren platgebombardeerd en Assad had opdracht gegeven aan de gemeente van Damascus, om alle huizen van “overlopers” (lees vluchtelingen die tegen het regime waren) te confisceren. Zo ook de stukken grond waar ooit Yahia’s huizen op hadden gestaan. Ze werden gegeven/verkocht...

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 305 keer bekeken

  • Ambities...

    2 april 2016

    Ambities
    Sinds 2005 heb ik mezelf min of meer per ongeluk tot -Kunstenaar- gebombardeerd. Toenmalig koningin Beatrix kwam de kraan opendraaien voor het onder water te lopen gebied wat het Oldambtmeer zou worden. Ik zou tijdens haar bezoek een woordje tot haar mogen richten van precies één minuut. Een minuutje heb je makkelijk volgebabbeld zou je bijna denken. Ware het niet dat ik een soort “boegbeeld” was voor alle bestaande bewoners rond het gebied wat zo veranderde. En ja; er waren bewoners die vóór het ambitieuze project waren van het nieuwe natuur- en woongebied dat Blauwestad zou gaan heten. Maar er waren er ook, zoals ik, die er behoorlijk op tegen waren. Het gebied waarin we woonden was typisch Oost-Groningen; behalve dat er hier en daar vee graasde bestond het landschap vooral uit akkerbouw en heette het min of meer de Graanschuur van Nederland. In mijn ogen werd het typerende landschap verkwanseld waar we als bestaande bewoners zo aan gehecht waren. Probeer dat maar eens uit te leggen aan een koningin die vele kansen zag voor het “achtergebleven gebied” en ik als vertegenwoordigster van de twee kampen netjes moest formuleren en dat binnen die ene minuut...
    Begon meteen met schrijven en pijnigde mijn krakende hersens. Wat ik ook schreef, het epistel bleef te lang, tot mijn voormalig lief op het idee kwam een schilderij voor de koningin te maken en haar dat zou overhandigen tijdens mijn speech-van-een-minuutje. Een grandioos idee vond ik en liet het schrijven voor wat het was. Ik zou iets moeten schilderen dat een metafoor moest worden van de bestaande bewoners, maar ook voor het veranderende landschap binnen het gebied. Bij ons in de buurt stond een schilderachtig oud Oost-Groninger boerderijtje wat afgebroken zou worden omdat er plaats gemaakt moest worden voor een nog te maken rotonde. Ik had het idee om deze te schilderen, verdwijnend in een grote draaikolk van water. Het idee opperde ik aan het thuisfront die het ogenblikkelijk van tafel veegde. Het was immers te negatief want ja, ook in huis waren de kampen verdeeld. Mijn wederhelft was vóór het nieuwe plan. Tijdens een (flinke) afwas kwam ik op het idee een koe met vissenstaart te schilderen. Als metafoor voor de bestaande bewoners die zich zouden (moeten) aanpassen aan het wassende water. Ook liepen er tegenover ons huis koeien in de wei, welke zouden moeten verhuizen want ook veeteelt had geen toekomst meer binnen het gebied.
    Het maakte mijn speech een heel stuk gemakkelijker, want het schilderij diende nu als kapstok en ja, het lukte me om binnen de minuut te blijven, mits ik niet teveel zou stotteren. De telefoon ging, Pieter Broesder, verslaggever van het Dagblad van het Noorden had een aantal vragen voor me. Of ik er tegenop zag het woord te mogen richten tot onze koningin en of ik me goed had voorbereid. Natuurlijk! zei ik, maar verklapte niet wat er zou gebeuren. Ook vroeg hij of ik kunstenaar was, want hem was ter ore gekomen dat ik ook een schilderij zou overhandigen. Ik viel even stil... was ik nou kunstenaar? Ik was nog maar korte tijd bezig met schilderen en om je nou meteen tot kunstenaar te verheffen... maar voor ik het zelf in de gaten had antwoordde ik met een volmondig Ja. Ik gloeide er van. Wat een kapsones! Ik kende genoeg kunstenaars die worstelden met ingewikkelde en vaak on(be)grijpbare kunst. En ik? Ik dééd maar wat! Niet gehinderd door ook maar enige kennis had ik de kwasten per hand genomen en was zelf vaak nog het meest verbaasd waar het schilderij eindigde.
    Sindsdien ging ik dus als verse kunstenaar door het leven. Timmerde keihard aan de weg wat voor mij geen enkel probleem was, want ik had energie en een drive voor tien en schilderde dat het een lieve lust was, ondertussen mijn kuikens grootbrengend, het huishouden bestierde en onze dierentuin liefdevol verzorgde. Mijn wederhelft zag het met lede ogen aan. Hij had er, zeker in het begin, totaal geen vertrouwen in en zei over mijn dameslampen: “Die raak je aan de straatstenen niet kwijt”. Niet erg motiverend nee, zelfs verre van, maar moet toch toegeven dat hij zonder blikken of blozen het prima vond dat ik deze levensgrote tante's van papiermaché midden in de woonkamer maakte en daarbij touwen met spijkers in de houten vloer en plafond timmerde en we maandenlang zigzaggend naar de bank moesten slalommen...
    De relatie echter begon steeds meer scheuren te vertonen. De passie voor schilderen en boetseren werd langzamerhand een vlucht. Ik werkte de laatste twee jaar louter op ervaring en zonder mijn hart en had niet in de gaten dat het mij volledig uitholde. Tel daarbij de ellende van de afgelopen jaren bij op en je bent rijp voor een vette burn-out. Ik zag het niet, begreep het niet. Bleef doorgaan tot het bittere einde en zijn mijn laatste schilderijen er letterlijk uitgeperst. Alle seintjes, de boodschappen, ik had ze niet gezien. Koste wat het kost vooral doorgaan. Tot ik letterlijk brak. Er gebeurde zoveel in mijn leven en in dat van mijn gezin, we konden het niet meer rechtbreien. Genoeg is genoeg. Inmiddels is de scheiding nu bijna rond, het wachten is nog op de brief van de gemeente dat ik vanaf dan officieel weer mijn eigen naam draag en dat voelt goed, al is geruime tijd Eus verandert in Es.
    Nu... ik zit in de bijstand. Alweer voor een half jaar. Woon op een kleine flat (met lekkend dak) maar met erg veel plezier want het is van MIJ. D.w.z. ik huur het voor een klein bedrag, er wonen heel fijne lieve mensen en ik kom weer beetje voor beetje bij mijn positieven. Via de Sociale Dienst heb ik onlangs een schoonmaakbaantje voor tien uur gekregen bij een Gezondheidscentrum voor asielzoekers en heb leuke collega's. Tien uur werken is te weinig om uit de Bijstand te komen en daarom kreeg ik onlangs weer een gesprek met de Sociale Dienst. (De horrorverhalen van veel Bijstandcollega's deel ik niet. Vanaf het begin voelde ik me zó gesteund door alle mensen met wie ik daar contact heb gehad... Ze dachten én voelden met me mee, heb flinke huilbuien daar aan tafel gehad en de dozen met tissues waren niet aan te slepen door mijn gesnotter.) Men is op de hoogte dat ik z.s.m. uit de Bijstand wil en bood me weer nieuwe kansen aan, ook ditmaal als huishoudmiepje. Met 28 uur werk zou ik weer op eigen en mijn zelfstandige benen kunnen staan! Ze zagen mijn enthousiasme en ja, ik mag er binnenkort solliciteren. Vertelde hun opgewekt dat mijn carriere als volgt was; als veertienjarige was ik begonnen om naast mijn school als hulp in de huishouding te werken om zo mijn zakgeld bij elkaar te verdienen, want we hadden het verre van breed thuis. Na mijn school ben ik begonnen met het meest simpele baantje als doka-medewerkster bij een reclamebureau en heb me door de jaren heen opgewerkt als art-director om later als zelfstandig kunstenaar verder te gaan. En nu was ik weer beland bij mijn eerste werk; schoonmaakster. Hoe kan je leven lopen nietwaar? Niet dat er ook maar iets mis is met schoonmaken overigens! Het is ook een prima work-out voor je lijf en doe het met best veel plezier.
    Toen kwam de vraag; “Hoe staat het nu met je werk als kunstenaar?” Boem. Dat kwam aan. Nouja.. nihil tot niet dus. Mijn hoofd heeft weerstand om ook maar iets te bedenken en laat staan dat ik weer op de automatische piloot iets creatieverigs zou moeten doen. Iets wat me ruim tien jaar zo makkelijk af leek te gaan, kan ik er nu van kotsen! Het drong toen pas tot me door; creatief zijn is voor mij mijn emotie. Want ik sta normaliter positief in mijn leven en draag dat ook uit met de werken die ik maak. Dát is waarom ik nu zo'n moeite heb met scheppen. Ik word doodongelukkig als ik mijn emoties van de afgelopen jaren op doek zou moeten zetten. Moet er niet aan denken! Ik weet dat veel kunstebakkers dit wel kunnen... en er bovendien hun voordeel mee doen. Ik kwam tot de slotsom dat ik daar anders in ben. Maak liever schoon en sop de vloeren. En tegelijkertijd mijn hoofd en hart. Dat vertelde ik dan ook de dames van de Sociale Dienst. Dat werd begrepen, maar de coach kwam bij één van hun boven. Ik moest me naast het schoonmaken ook richten op dat wie ik ben; kunstenaar zijn. Zou moeten zoeken naar geschikte woonruimte en eventueel atelier aan huis. Ik moest vanaf nu beter voor mezelf zorgen en mezelf nu op de eerste plaats zetten. En me niet laten leiden door de behoefte om zo snel mogelijk uit de Bijstand te komen, maar stap voor stap aan mijn toekomst moet werken... met hart en ziel. En daar hoort mijn werk als kunstenaar bij. Ik heb haar maar een dikke kus op de wang gegeven na afloop. Over twee weken moet ik weer terugkomen om hun te laten zien welke opdrachten ik heb uitgevoerd om mijn leven verder op wandelende pootjes neer te zetten... het leven is lang zo gek nog niet!
    By the way; iemand nog een schoonmaakster nodig? Moet je wel snel zijn, want wie weet hang ik binnenkort weer aan de kwast!

    Lees meer >> | 1 Reactie | Reageer | 653 keer bekeken

  • Interview december 2012 in Onze Hond

    24 november 2012


     Kunstenaar sinds haar eerste koe'Word je het nooit zat om beesten te schilderen?' vraagt men haar vaak. 'Nee', zegt ze dan, 'zolang ik het leuk vind, ga ik ermee door. Koeien, katten en niet te vergeten honden; dieren schilderen vind ik nog altijd even boeiend.' Op bezoek bij Erlinde Ufkes Stephanus (EUS) in het Groningse Oostwold die haar werk typeert als van een hoog ADHD-gehalte: 'levendig en behoorlijk aanwezig'.

    'Ik ben mijn grote liefde achterna gegaan en op die manier van Amstelveen in het hoge noorden terechtgekomen,' blikt Erlinde Ufkes Stephanus terug op haar verhuizing naar de provincie Groningen, inmiddels 27 jaar geleden. 'Dat was een behoorlijke overgang. Ik verstond het plaatselijke dialect niet, werd gezien als die Amsterdamse. Pas toen Erik, mijn man, en ik kinderen kregen en ik die later naar school bracht, bouwde ook ik een vriendenkring op. Nu zou ik nooit meer terug willen. Ik ben namelijk echt een buitenmens.'

    Art director

    Erlinde heeft twee zussen en een broer die net als zij allemaal iets creatiefs zijn gaan doen. 'Als kind was ik altijd aan het tekenen. Ik zat op de Vrije School, heb heel wat schriften volgekliederd. Handenarbeid en tekenen waren mijn lievelingsvakken. Op mijn achttiende deed ik toelatingsexamen op de Rietveld Academie, maar men vond mij te jong in mijn doen en laten. Waarop mijn moeder mij voorhield: je kunt kiezen uit twee dingen, een andere opleiding volgen of je gaat werken. Het werd het eerste, en wel de Grafische School in Amsterdam, aangezien ik een vak wilde leren. Na anderhalf jaar werd ik echter van school gestuurd omdat ik mijn huiswerk nooit maakte. Toevallig kreeg ik een baantje aangeboden als doka-assistente voor werktekenaars die dingen uitvoerden voor art directors. Het meest stompzinnige werk dat je je kunt voorstellen. Toch heb ik dat werk tweeënhalf jaar gedaan. Daarna kon ik gaan illustreren voor een reclamebureau. Leuker werk, maar ook enigszins beperkt. Tijdens motorraces in Francorchamps leerde ik mijn man kennen. Na een tijdje heen en weer pendelen besloot ik te verhuizen naar Groningen. Gelukkig kon ik daar aan de slag. Eerst als vormgever en later als art director, maar niet fulltime. Dat wilde ik niet met het oog op onze twee jonge kinderen.'

    Stuiteren

    Toen het bedrijf waarvoor ze werkte werd overgenomen door het hoofdkantoor eiste dat van Erlinde dat ze veertig uur per werk aan de bak ging. Ze weigerde en wat volgde, was ontslag. 'Ik heb daar echt veel last van gehad. Van frustratie kon ik 's nachts niet slapen. In die periode sprong ik als hulpouder bij op de school van mijn kinderen. Vooral tijdens de creatieve vakken. Complete ramen heb ik volgeschilderd, totdat een ouder van een van de andere kinderen vroeg of ik dat ook bij hen thuis wilde doen. Deze vrouw had tevens een verstandelijk gehandicapte broer die fan was van Herman Brood. Aan mij vroeg die vrouw of ik een deur voor haar broer wilde schilderen in de stijl van Herman Brood. "Kom maar op met die deur", zei ik. Vervolgens heb ik een paar potten lakverf gekocht, ben me nader gaan verdiepen in de schilderijen van Herman Brood en ben met de kwast in de weer gegaan. Ik stond helemaal te stuiteren, zo leuk vond ik het. Dit is het, wist ik. Alles kwam op dat moment samen. Vanaf nu ga ik de energie in mezelf steken, dacht ik. Voortaan ga ik doen wat ik echt graag wil. Mijn man was het daar niet mee eens, want ik verdiende heel goed in de reclame, maar ik wilde niet terug in die leuke maar lege wereld. Sinds de voltooiing van die eerste deur ben ik elke dag bezig. Zeven dagen in de week.'

    Kunstenaar

    Makkelijk was de overstap niet, want behalve dat Erlinde haar eigen stijl moest zien te vinden, ook het opbouwen van een klantenbestand bleek tijd te vergen. Rond 2005 kwam haar nieuwe carrière in een stroomversnelling. In opdracht van een woonbeurs ontwierp ze staande lampen in de vorm van een vrouwenlijf met lampenkappen als hoofd. Terzelfdertijd bezocht koningin Beatrix onze meest noordelijke provincie om de zogeheten Blauwestad ten doop te houden, die pal naast het huis van Erlinde en haar man zou verrijzen. Aan Erlinde de schone taak om namens de streekbewoners het woord tot hare majesteit te richten, hoewel ze in principe tegen het ambitieuze project gekant was. Erik, haar man, suggereerde: "Maak een schilderij en hang daar je verhaal aan op". Zo gezegd, zo gedaan, met als gevolg dat het door haar aan de vorstin aangeboden schilderij - een koe met een vissenstaart - de nodige publiciteit trok. 'Ik werd gebeld door het Nieuwsblad van het Noorden, ik kwam op TV Noord, maar wat nog nooit eerder was gebeurd, gebeurde toen wel: iemand noemde mij voor het eerst kunstenaar. "Hoelang bent u al kunstenaar?" vroeg men mij. "Eigenlijk nog maar net", antwoordde ik naar waarheid.'

    Knettergek

    'De keuze voor de koe die ik aanbood aan de koningin berust niet op toeval,' zegt Erlinde. 'Ik heb altijd iets met dieren gehad. Als klein meisje had ik een slakkentuin. Met een daghok en een nachthok. Die liefde voor dieren heb ik overgedragen op mijn kinderen, een meisje van zeventien en een jongen van veertien. Gelukkig is Erik ook gek op dieren. Toen ik met hem ging samenwonen hadden we twee Ierse Wolfshonden. Magnifieke dieren. Stoer, ruwharig, maar zo lief... Helaas is het wel een kwetsbaar ras. Donagh, het mannetje, is slechts vijf geworden vanwege een hartkwaal en een maagtorsie. Caitlin, zijn zusje, is op negenjarige leeftijd gestorven. Daarna hebben we jarenlang geen hond gehad, totdat we Jip, een kruising van een Border Collie en een Australische Kelpie, kochten. Om een lang verhaal kort te maken: door Jip ben ik erachter gekomen dat niet elk hondenras voor elke baas geschikt is. Tot die tijd dacht ik: ik ben gek op alle honden en ze passen allemaal bij mij, maar niks bleek minder waar. Van Jip werd ik knettergek. Hij reed op de kinderen, plaste tegen de bank, dreef de paarden in een hoek van de wei, was kortom niet langer te handhaven, zodat ik hem heb weggegeven aan vrienden. Dat verdient geen schoonheidsprijs, want ik had mij van tevoren beter moeten verdiepen in de raskenmerken van deze hond. Jip luisterde goed, als ik met hem schapen was gaan drijven, zou hij zielsgelukkig zijn geworden, maar dat zat er nu eenmaal niet in. Terugkijkend vind ik dat best erg. Na Jip hebben we een tijd geen hond gehad, maar op een gegeven moment zagen we bij iemand hier in de buurt een bastaard Nederlandse Korthals Griffon. Dat vond ik zo'n leuke hond, dat ik de rasvereniging heb gebeld om meer informatie te krijgen. Erik en ik zijn gaan kijken bij een fokker in Sellingen, waarna we definitief voor de bijl gingen. We hebben bij die fokker een hondje gekocht, Sep, maar later is dat hondje verschrikkelijk genoeg voor onze deur overreden. Wel wisten we dankzij Sep dat dit ras voor ons geknipt is. De Nederlandse Korthals Griffon is vrolijk, lief en staat zijn mannetje, zodat we bedsloten weer een pup van dit ras te nemen. Dat werd Douwe, van een fokker in Roermond. Ongeveer tegelijkertijd belde ons die fokker uit Sellingen omdat hij een hond moest herplaatsen, Fred genaamd, van mensen die gingen scheiden. En of wij niet... Zodoende hadden we ineens twee honden. Douwe en Fred vormden een ontzettend leuk stel. Op achtjarige leeftijd is Fred gestorven aan de gevolgen van epilepsie. Maar Douwe is niet alleen achtergebleven, want we hebben er sinds enige tijd ook een Labrador Retriever bij, die luistert naar de naam Daisy. Een dominante energieke tante, maar wel lief. Voor Douwe vind ik het soms wel eens sneu dat Daisy gewoon bovenop hem gaat zitten.'

    Inspiratie

    Behalve twee honden hebben Erlinde en Erik drie poezen, drie paarden, kippen, vissen en een hamster. 'Wat ik zou missen zonder dieren? De gezelligheid. Honden en katten maken je huis tot thuis. Ook voor kinderen is het heerlijk om hun hart te kunnen luchten bij een dier. Bovendien zijn ze voor mij een onuitputtelijke bron van inspiratie. Of ik mijn eigen dieren ook schilder? Eigenlijk niet of nauwelijks. Misschien komt dat te dichtbij. Douwe heb ik in ieder geval nog nooit geschilderd. Fred wel, maar pas na zijn dood. Wellicht speelt ook mijn commerciële instelling hierbij een rol. Wat ik maak, wil ik bij voorkeur verkopen. Veel kunstenaars doen slecht afstand van hun werk. Ik niet. Ik ben blij als mensen mijn werk mooi vinden en bereid zijn ervoor te betalen. Zestig procent van wat ik doe, is vrij werk, de rest doe ik in opdracht.'

    Humor

    'Ik hou van gekken dingen, stop graag humor in mijn werk. Er moet iets in zitten wat ik leuk vind om te doen. Een Jack Russell Terrier die tegen een broekspijp oprijdt, een Boxer als een soort clown met een feesthoedje op. De moeilijkheid daarbij is om niet door te schieten. Een hond kleren aandoen is voor mij over the hill. Ook moet je maar afwachten hoe iets grappigs valt bij de opdrachtgever. Niet elke baas is van zulke frivoliteiten gediend.'

    (tussenkop) Intuïtie

    Bij het maken van een portret probeert Erlinde het wezen van het dier in kwestie te treffen. 'Ik schilder niet een Vizsla, maar die Vizsla. En ik overdrijf. Wat mijn schilderijen kenmerkt, is het binnenste naarbuiten halen. Ik maak de ogen net iets groter, de uitdrukking net iets geprononceerder. Ik probeer de ziel te leggen in een werk zodat het gaat leven, zodat het iets extra's krijgt. Een schilderij is pas af als ik er een goed gevoel bij heb. Heb ik dat gevoel niet, dan ga ik net zolang door totdat ik dat gevoel wel heb. Eerder is het niet af. Ik werk op intuïtie.'

    Open boek

    Wat vooral opvalt aan haar portretten zijn de ogen. Ter verklaring zegt ze: 'Ogen zijn de spiegel van de ziel. Die kosten mij ook de meeste tijd. De rest is haast bijzaak. In de ogen leg ik alle emotie, daar ga ik het zorgvuldigst mee om. Die moeten goed zijn. Ik begin ook vaak met de ogen. Als ik goed aan het schilderen ben, vergeet ik de tijd. Plezier in je werk zie je terug in iemands werk. Ik hou van vrolijkheid, ben zelf ook heel uitbundig. Misschien dat ik daarom van die felle kleuren gebruik. Je kunt op mijn rug lezen hoe ik mij aan de voorkant voel. Ik ben een open boek.'

    Compliment

    Hoe reageren mensen op haar portretten?

    'Tot nu toe vooral dankbaar en blij. Dat neemt niet weg dat ze vaak verrast zijn door wat ik heb gemaakt, omdat ze zichzelf een andere voorstelling hadden gevormd. Dat geldt ook voor mijn vrije werk. Van tevoren weet ik niet hoe het er uiteindelijk uit komt te zien. Het grootste compliment dat een opdrachtgever mij kan maken is: "Ja, dit is hem, en meer dan dat". Ik werk aan de hand van foto's, maar maak natuurlijk wel een eigen interpretatie. Meer dan voor pakweg 85% kan ik de realiteit niet benaderen. De rest vul ik aan door wat ik ben. Dat is niet bezwaarlijk, want ik heb nog nooit meegemaakt dat iemand zijn huisdier niet terugzag in mijn schilderij.'

    Zat

    Vaak zeggen mensen tegen haar: "Word je het nooit zat om beesten te schilderen?" "Nee", zegt ze dan, "zolang ik het leuk vind, ga ik ermee door. Ondertussen doe ik best andere dingen, maar het schilderen van dieren is wel een constante in mijn leven. Koeien, katten en niet te vergeten honden; dieren schilderen vind ik nog altijd even boeiend. Ik heb ook nooit getwijfeld of dit het was wat ik wilde doen. Mijn man wel, die verklaarde mij voor gek, was zelfs een tijdlang geïrriteerd dat hij als molenrestaurateur de lijsten van mijn schilderijen moest maken. Je raakt die dingen aan de straatstenen niet kwijt, wierp hij me voor de voeten. Dat heeft me best gekwetst, maar tegelijkertijd maakte het me alleen maar sterker. Omdat ik wist: dit is het en dat gevoel ben ik sindsdien nooit meer kwijtgeraakt. Ik geef mijn leven dan ook een negen.'

    Tekst en foto's: Eimer Wieldraaijer

     

     

    Lees meer >> | 1 Reactie | Reageer | 2184 keer bekeken